Voorbeelden van het gebruik van Chisolm in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En zijn naam was Chisolm?
Chisolm? Ja, dat is hem.
meneer Chisolm.
Heeft Chisolm je dit zomaar gegeven?
Meneer Chisolm, wat is dit?
Ja, dat is hem. Chisolm?
Hij heet Chisolm, zegt u?
Chisolm? Moet ik die naam kennen?
Chisolm? Moet ik die naam kennen?
Zou ik die naam moeten kennen? Chisolm?
Ik herinner me Chisolm. Bid, bid!
Dit weekend in het huis van Margaret Chisolm.
Chisolm? Zou ik die naam moeten kennen?
Zou ik die naam moeten kennen? Chisolm?
Chisolm? Zou ik die naam moeten kennen?
In het buitenhuis van Larry en Dawn Chisolm?
We moesten je van Mr Chisolm halen, maar hij zei niks over je vriend.
Meneer Chisolm zei dat we u moesten halen,
Maar hij heeft het niet over uw vriend gehad. Mr. Chisolm heeft ons opgedragen om u te halen.
Sam Chisolm heeft ons gestuurd.- Goodnight Robicheaux?