Voorbeelden van het gebruik van Cindi in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat wil je van Cindi Whitehall?
Het was Cindi, of niet?
Je weet dat ze bevriend is met Cindi.
Ik ben het, Cindi. Anne?
Heb je Cindi Whitehall gezien hier?
Cindi is eens bij hem langs geweest.
Ik moet het weten over mijn Cindi.
Cindi. Onze kinderen zitten op dezelfde school.
Ik kan niet geloven dat Cindi zoiets zou doen.
Ik moet Cindi over een half uur oppikken.
Cindi zou nooit met je naar bed gaan!
Nee deze zijn bezet. Waar is Cindi?
Met hoeveel mannen heb je seks gehad, Cindi?
We gingen dus vaak eten bij Cindi en m'n tante.
Ja. Hij ging naar dezelfde kerk als ik en Cindi.
Cindi Whitehall. Heb je seks gehad met haar?
Je liet me denken dat Cindi me had verlaten!
Cindi.-Sorry dat ik vroeg ben. Megan.
Tucker, denk je dat Cindi nog steeds maagd is?
Denk je dat het tijd is om Cindi te heroverwegen?