Voorbeelden van het gebruik van Colton in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Deze zaak is van Colton.
Ik regel de verkoop aan Colton en Abe-san.
Meg komt hier niet vandaan, maar uit Colton.
We praten amper met Colton.
Ze werken hard en Colton geeft ze niets.
Is er iets mis met Colton?
Je weet al zeventien jaar van Colton af.
Ik maak meneer Colton tevreden.
Ik moet haar as naar Colton brengen.
Goed. Op Colton.
Is dit waar Colton opgroeide,?
Jij wacht tot Mrs Colton terugbelt.
Colton had gelijk.
Ze willen Colton.
Colton heeft gelijk.
Jensen werkt voor Colton.
Ze komt uit Colton.
Jaye en generaal Colton.
Ze komt uit Colton.
Je moet Colton bellen!