Voorbeelden van het gebruik van Davia in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Snel. Davia, schiet op.
Davia moet het wel weten.
Hoe zit het met Davia?
Min of meer met Alice en Davia.
Weet Ryan over jou en Davia?
Ik heb erger gehoord. Davia?
Laat het me horen.- Davia.
Dat liedje dat je zong met Davia?
Davia. Dennis, wat doe je hier?
Kom hier.- Dit zijn Davia en Dennis.
Ik kan deze keer niet voor je zorgen. Davia.
Ik heb veel erger gehoord. Davia?
Davia, ik weet dat je je best doet.
Oké, Davia. Jij moet je rustig houden.
Ik kan niet terugkomen naar de Coterie nu, Davia.
Davia… je kunt Dennis niet beter maken.
Davia gaat met een jongen van haar geboortestad.
En ik zou een beetje steun waarderen, Davia.
Het is alleen… Je mag best langs bij Davia.
Ik vind je stoer, Davia. Alsjeblieft.- Ja.