Voorbeelden van het gebruik van Diaken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De diaken is niet de verdachte hier.
Mensen klagen over de diaken.
Zonder dat lijk kwam er geen klopjacht op de diaken.
En de diaken geeft antwoord op de vraag.
Vrouw van de diaken.
Diaken Joe zit in de gevangenis.
De diaken heeft nog nooit een fout gemaakt.
Diaken Joe is niet de Nightingale!
De diaken wil jullie spreken in de hal.
Je weet wel heel zeker dat die diaken de Nightingale is?
De diaken zegt dat hij de omgeving heel goed kent.
Ik ben daar diaken.
Nate zei dat je diaken bent.
Lk ben eerste diaken.
Hij was een pooier en een diaken.
Jij zult nooit een diaken zijn, Mike.
Hij was een honkbalcoach en diaken in z'n kerk.
Hij runde dat huis en heeft ook de diaken neergestoken.
Mijn vader was een diaken.
In 1814 werd Lyte diaken en het daaropvolgende jaar priester.