Voorbeelden van het gebruik van Domina in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Waar is de domina?
De Domina heeft me gestuurd.
Domina wil je zien.
De domina van het huis.
Ik ben jouw Domina.
Domina ontbied je.
De Domina van dit Huis.
Ik haal wijn, Domina.
Domina? Het is waar.
Domina zorgt voor me.
Domina roept om wijn en eten.
Van domina, voor je training.
Van domina. Water. Dominus.
Wat is er, Eleni? Domina.
Domina. Atia van de Julii is hier.
Domina wenst mij gewassen. Voor vanavond.
Domina. Apollo. God van de zon.
Haal de honden.- Domina? Castor!
Domina. God van de zon. Apollo.
Ik vraag u om een gunst, domina.