Voorbeelden van het gebruik van Draak in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij heet Draak.
Ik weet het. Dan heb ik de draak geleerd.
Ja, mijn moeder is een draak.
De yippity draak.
Ze heeft een draak.
En jij bent een draak.
Zij is actief op zoek naar de Herrezen Draak.
We moeten dit naar de Draak brengen.
Je lijkt anders helemaal geen draak.
Hij voor het eerst een aanvraag voor een ridder vergunningen op draak schiereiland.
Bescherming? De prinses heeft een draak, idioot?
Ja, ze is een draak.
De Rode Draak Brouwerij.
Ik help hem de draak te doden.
Dat ben ik, gouden draak.
Dit moet de Rode Draak brouwerij zijn.
Ik werd de Fist toen ik de draak Shou-Lao versloeg.
Een draak.
Als een dungeon draak.
Heeft u ooit een draak gezien?