Voorbeelden van het gebruik van Een camper in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Onze bruidssuite was een klein bed in een camper onderweg naar Mexico!
Er staat een camper.
Kom. Wil je zeggen dat jij aan een camper kunt komen?
Net een camper met vleugels.
Ik wist niet dat Anderson een camper had.
Het was meer dan een camper.
We zitten in een camper.
Hij heeft vast 'n pickup of een camper.
Hoe moeten we dat in een Camper doen?
Alleen twee kinkels en twee nerds in een camper.
Mr Fletcher heeft een camper.
We zitten in een camper.
Hem volstoppen met eten en gewoon gaan. Ik wil een grote camper kopen.
Ik had hier in april drie auto's en een camper tegelijk.
In een camper.
Ik vond hem verstopt in een camper, in de Mojave.
Brad zei dat er een camper klaar zou staan.
Met een camper kun je niet onder de afdakjes staan.
Ik verbleef in een camper op de camping.
In een camper kun je veel verder gaan
