Voorbeelden van het gebruik van Egor in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Egor, knul!
Waar is Egor?
Heeft Egor nog gebeld?
Egor is bij z'n vader.
Egor, doe eens zachtjes.
Egor Safronov, 16 jaar.
En Egor brengt haar ernaartoe.
Egor heeft besloten te blijven.
Egor. Pas goed op jezelf!
Kom mee. Dag, Egor.
Egor heeft niet thuis geslapen.
Egor. Vuur. Systeem. SYSTEEMFOUT!
Egor, ik begrijp je wel.
Is Egor bij je geweest?
Hij heeft Sonja, Egor en mij.
Egor, ben je al op?
Nee, Egor heeft al wat gemaakt.
Egor, stop. We moeten eerder stoppen!
Egor… wat is er gebeurd?