Voorbeelden van het gebruik van Ewa in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mijn vriendin Ewa. Kom op.
Ewa, Bruno houdt van je.
Morgen is het zondag. Ewa?
Ewa, we moeten ons daarvan ontdoen.
Ewa. Ik heb het vanochtend gehoord.
Ewa, laat ons een moment alleen?
Tante, ik ben het, Ewa!
Sonja, dit is Ewa. Ze slaapt.
Hij begeleidde Ewa Bem en Zbigniew Namysłowski.
Tante, ik ben het, Ewa!
Ewa… Ben jij met hem?
Hij gaat vaak jagen in de Ewa bosreservaat.
Ewa Bonecka is een naïef meisje uit de provincie.
Ewa heeft je iets te zeggen
Ik ben de Ewa Wiśnierska van Korea… Yoon Se-ri.
Was die Ewa ook dagen vermist… voor ze werd gered?
-Het is Ewa.
Ewa Bem(Warschau, 23 februari 1951)
In 1921 emigreren de Poolse zussen Ewa en Magda Cybulska naar New York.