Voorbeelden van het gebruik van Fotograaf in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En Gonzo is onze fotograaf.
Hij is in de bar met die fotograaf.
John, onze fotograaf.
Ja en een fotograaf.
Er staat weer een fotograaf buiten.
Ze willen geen fotograaf meer.
Hij is de fotograaf.
De burgemeester had een fotograaf, genaamd Gildersleeve.
Zion Miller is fotograaf.
Moet ik de fotograaf afzeggen?
Ik ben een fotograaf.
Ik bedoel, een fotograaf.
Ik ben fotograaf geweest.
Ik haal de fotograaf.
Hij was leraar en fotograaf.
maar ze werkt voor een fotograaf.
Leonard is een fotograaf.
Hij zit in het café met die fotograaf.
Geef Maries dossier aan de fotograaf voor de archieven.
Dus je bent niet alleen fotograaf, maar ook anarchist?