HALLOWEEN - vertaling in Duits

Voorbeelden van het gebruik van Halloween in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Het is Halloween.-De show?
Es ist Halloween.- Die Show?
Fijne Halloween.- Oh is 't Halloween?
Fröhliche Halloween! -Haben wir Halloween?
Gelukkig Halloween. Gelukkig Halloween, Mateo!
Fröhliches Halloween, Mateo! Fröhliches Halloween!
Halloween. Wat voor belofte?
Halloween.- Welches Versprechen?
Happy Halloween.- Jij ook.
Ihnen auch. Happy Halloween.
Vind je Halloween niets?
Du magst Halloween nicht?
Maar het is ook Halloween.- Dank u.
Heute ist auch Halloween.- Danke.
Niet Halloween. Het thema is'bizar'.
Das Motto lautet"bizarr und nicht"Halloween".
Het is Halloween.- Het is pas drie uur.
Es ist erst drei Uhr. Es ist Halloween.
Het is Halloween. Kinderen, kijk!
Kinder, schaut! Es ist Halloween.
Het is Halloween. Wat?
Es ist Halloween.- Was?
Is het al Halloween? Het spijt me.
Ist schon Halloween? Tut mir leid.
Slecht nieuws over halloween.
Schlechte Neuigkeiten in Sachen Halloween.
Eerder Kerstmis. Halloween? Nee.
Halloween? Nein, eher Weihnachten.
Kreng. Papa, is het bijna Halloween?
Daddy? Ist bald Halloween? Miststück?
Slecht nieuws over halloween.
Schlechte Nachrichten wegen Halloween.
Papa, is het bijna Halloween? Kreng.
Daddy? Ist bald Halloween? Miststück.
Jij verzorgt Halloween en ik zorg dat we van de pers afkomen.
Du kümmerst dich um Halloween und ich kümmere mich darum, die Presse loszuwerden.
Halloween. Drie jaar geleden.
Das war zu Halloween, vor drei Jahren.
Hij is voor Halloween, voor de kleintjes.
Es ist'n Halloween-Ding für die Kinder.
Uitslagen: 1827, Tijd: 0.033

Halloween in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits