Voorbeelden van het gebruik van Heda in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jij bent speciaal, Heda.
Heda. Laat me raden.
Hoe luiden hun bevelen, Heda?
Iets dat u moet horen, Heda.
Heda zou zich schamen.
Heda kan voor zichzelf spreken.
Heda vereist uw aanwezigheid, Zielwaker.
Hoe luiden hun bevelen, Heda?
Of niet soms, Heda?
Wat is dit? Heda.
Heda, ik begrijp het niet.
Heda. Wat is dit?
Jij bent speciaal, Heda.
Ga iets leren, oké? Heda.
Ik ben er klaar voor, Heda.
Nee. Wat is er? Heda.
Nee. Wat is er? Heda.
Dat heb ik niet gedaan, Heda.
Heda. Ga iets leren, oké?
Wat? Heda vereist uw aanwezigheid, Zielwaker.