Voorbeelden van het gebruik van Hotdog in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geef haar een hotdog.
Hotdog ook verdwenen?
Het is geen hotdog.
Ook een hotdog?
maar wel voor een hotdog?
De andere nacht was het een hotdog.
Een hotdog uit Scranton? Welkom.
En ik zal niet rusten voor ik een hotdog heb.
Ik ruik duidelijk rauwe hotdog.
Hoeveel kost een hotdog?
Ik kan een hotdog onder water eten.
Ik ben een hotdog.
Ik sneed een hotdog.
Chorizo. De andere nacht was het een hotdog.
Geen hotdog.
Hotdog of hotdog.
Congreslid Long die bij jou barbecuet, jouw hotdog eet.
Eet een hotdog.
Ik wou een hotdog.
Eén.-Twee.-Team Hotdog.