Voorbeelden van het gebruik van Ik jarig in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zondag ben ik jarig.
Dan ben ik jarig.
Over zeven dagen ben ik jarig.
Morgen ben ik jarig.
Precies een week geleden was ik jarig.
dan ben ik jarig.
Zondag ben ik jarig.
Ga verder. Volgende week ben ik jarig.
Dan ben ik jarig.
Zeg je dat alleen omdat ik jarig ben?
En hoe weet u dat ik jarig ben?
Morgen ben ik jarig.
Oké, wanneer ben ik jarig?
Vorige week was ik jarig.
Zaterdag ben ik jarig.
Mijn ziekte zegt me dat ik geen ziekte heb… dat als ik jarig ben, ik 'n biertje, een lijntje of wat valium mag hebben.
Vandaag ben ik jarig, ben zowel dronken
Omdat ik jarig ben, nam ik aan
Vandaag ben ik jarig.