Voorbeelden van het gebruik van Jaha in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jaha heeft de Ziel.
We moeten over Jaha praten.
Jaha zou hem ompraten.
Hij schot kanselier Jaha neer.
Je bedoelt kanselier Jaha.
Jaha heeft iedereen gechipt.
Dood hun leider, Jaha.
Jaha. Hé, wakker worden?
Ik ga niet met Jaha praten.
Alles doen wat Jaha zegt?
Nog iets van Jaha?
Jaha. Wat gebeurt er?
Jaha is bezig iedereen te chippen.
Nog iets van Jaha gehoord?
Nogmaals, Jaha gaf het aan me.
Hé, wakker worden. Jaha.
Je zei dat Jaha beheerst werd.
Jij bent Jaha geen loyaliteit verschuldigd.
Jaha heeft geluk gehad door de ingekorte speech.
Ik ga niet met Jaha praten.