Voorbeelden van het gebruik van Janina in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
O, Janina. Geborgenheid.
Janina heeft niks gedaan.
Janina. Niet nu.
Mevrouw Janina KUMPIENE viceminister van Volksgezondheid.
Janina, ga zo door.
Janina en Katia kunnen hem begeleiden.
Janina is niet eens gearresteerd.
Pak even een doek, Janina.
Ik maak me zorgen om Janina.
Ze hebben Janina en Andrzeja al opgepakt.
Janina, doe de deur open.
Wat deed Janina bij hem?
Janina is een goed mens. Taina.
Janina wilde u er niet bij betrekken.
Doe Pauliina en Janina de groeten.
Wordt Janina ergens van verdacht?
Kijk of iemand Janina daar heeft gezien.
Zijn regelmatige sketchpartner was zijn zus Janina.
En Janina is die nacht daar geweest.
Taina. Janina is een goed mens.