Voorbeelden van het gebruik van Janne in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hé Janne, alles goed?
Ik weet het niet, Janne.
Het gaat erin, Janne.
Maar dat geeft niet, Janne.
Wacht hier even met Janne.
Wie is Janne in godsnaam?
Janne wilde een beroemde boef worden.
Hoe gaat het, Janne?
Doe eens rustig, Janne.
Janne gaat eerst. We weigeren!
Recordwinnaar is de Fin Janne Ahonen.
Bedankt. Nee. Gefeliciteerd. Janne?
Gijzelaars eerst, rustig aan. Janne.
Dankzij mij gaf jankebalk Janne zich over.
Verdomde Janne Olsson, de kippendief. Verdomme.
Mathilde, blijf maar even hier bij Janne.
Mathilde, blijf maar even hier bij Janne.
Goed, maar heel rustig dan, Janne.
Janne heeft cursus,
Sissi, dit is Janne.- Mijn hoofdredacteur is.