Voorbeelden van het gebruik van Jurgen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jurgen kalmeert wel.
Je bent Jurgen.
Jurgen of jij?
Rond 1660 werd hij geschilderd door Jurgen Ovens.
En Jurgen had een verdomd goed punt.
Ik ben aan het sms'en met m'n maat Jurgen.
Rustig, Jurgen.
Ze hebben Jurgen gevonden.
Jij gelooft toch niet echt dat Jurgen gecarjackt is, hè?
Maar zo zit 't niet, Jurgen.
Grafton rekruteerde een man genaamd Jurgen Sawyer.
Nee. En het is Jurgen Kuhl.
Hij heeft Remco vermoord, hè, en Jurgen.
De juiste man aan de verkeerde kant. Op Jurgen.
Bedankt Jurgen.
Ik mag Jurgen.
Dit is Jurgen Milraux.
Dank u, beste viola en Jurgen!!
Remco is met hetzelfde wapen neergeschoten als Jurgen.
Jurgen Van De Walle 146.