Voorbeelden van het gebruik van Karli in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je moet niet blijven hopen op Karli.
Hebben jullie je afgevraagd wie Karli mishandeld kan hebben?
Ik kijk ernaar uit om Karli te ontmoeten.
Wie?- Sigi en Karli.
Toen ik hoorde over de mishandeling van Karli… dacht ik niet meer aan wat Erna me verteld had.
De belangstelling van de kinderen voor Karli leek me vreemd aangezien ze zich meestal, wegens zijn handicap, niet met hem inlieten, of anders hem misprijzen.
De belangstelling van de kinderen voor Karli leek me vreemd niet met hem inlieten, of anders hem misprijzen. aangezien ze zich meestal, wegens zijn handicap.
Men beweerde dat de dokter Karli's vader was.
we nog zochten en Karli's naam riepen… was het voor mij duidelijk
we nog zochten en Karli's naam riepen.
Klopt toch Karli?
Karli? Jullie mogen binnenkomen?
Karli. Kom naar boven.
Mijn naam is Karli Morgenthau.
Waar waren jullie toen Karli.
Ik moet nu weg, Karli.
Karli heeft m'n neefjes bedreigd.
Jullie mogen binnenkomen. Karli?
En Karli volgde jullie altijd.
Heeft Karli een vriendin in Tokyo?