Voorbeelden van het gebruik van Karol in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Straks hangt ze op. Karol.
Heb je de sleutels, Karol?
Misschien niet voor iedereen?-Karol.
Maar wat met die Karol vrouw?
Maar je geeft me te veel, Karol.
Je steelt ons onze doden, Karol Wojtyla!
Extase. Wat denk jij ervan, Karol?
Mag ik alleen gaan?-Bedankt. Karol.
Karol, de voorzitter van de CRIF wil onderhandelingen.
Frank McNabb zette dit op met Karol Valenski.
Ik ben niet zeker dat Karol een vrouw is.
Ik zou er niet zwaar aan tillen als Karol dat deed.
dat hebben we bereikt, Karol.
Karol Beck(Zvolen, 3 april 1982)
Karol is de huisbaas niet
Catharina was een dochter van Jan Karol Opaliński en diens vrouw Zofia Czarnkówska.
Muziek gecomponeerd door Karol Elbert.
Centraal gelegen op Karol Bagh.
Gelegen in Channa markt een zeer oude markt van Karol.
Karol Wojtyla werd geboren op 18 mei 1920 tijdens een zonsverduistering.

