Voorbeelden van het gebruik van Katje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hé… wat kom jij hier doen, katje?
Waar ga jij heen, katje?
Je noemt me altijd'katje'.
Maar dit katje heet Coltrane.
Het katje heeft al gekozen.
Geen katje. Geen katje?
Ik denk het wel, katje.
De scheids denkt nog steeds dat hij een katje is.
Nee, het katje krijgt milkshakes.
Wat doe jij helemaal hier, katje?
Ik had je als een katje kunnen verzuipen.
Toon me het katje.
Wat doe jij hier helemaal, katje?
Hoe corrupt je ook bent, geen enkel katje verdient dit!
Wil je mijn katje vasthouden?
Blijf volhouden". Een klein katje met een enkelband.
Maar kijk uit, dit katje heeft klauwen.
We laten dit katje spinnen.
Maar voorzichtig, het katje heeft klauwen.
Heb je een katje gered?