Voorbeelden van het gebruik van Kaviaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Is dit kaviaar? Beluga, mijn beste.
Wat kaviaar en een glas champagne.
Ze snuiven kaviaar en praten over Aspen. Rijke mensen.
Deze kaviaar is geweldig.
En toen je me kaviaar gaf, had ik pijn.
Ze aten kaviaar en dronken champagne op kosten van de staat.
Madame. Kaviaar, om mee te beginnen?
Is dat kaviaar? Beluga, schat.
De smaak van kaviaar associeer ik met het luisteren naar hem.
En toen je me kaviaar gaf, had ik pijn.
Zo'n poenig gokhol met snollebollen… broodjes kip en kaviaar.
Met champagnewensen en kaviaar.
Rot op met die kaviaar en het geld.
Er is geen betere soort kaviaar.
Hij is nog steeds gek op champagne en kaviaar.
Om de schotel betaalbaar te houden wordt de kaviaar vaak vervangen door lompviseieren.
Producten getagd met kaviaar.
Beluga, schat. Oh, is dat kaviaar?
Toen ik één werd, had ik een taart van kaviaar.
Daar mag je later bij de kaviaar om huilen.