Voorbeelden van het gebruik van Ketch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En je kent Ketch?
Waar zit je, Ketch?
Hoe is dat mogelijk? Ketch.
Ketch is aangevallen door geesten.
Ketch, heb je het?
Ik verlies mijn verstand, Ketch.
Ketch. Hij is in Londen.
Waar is Mick? Ketch?
Ketch? Waar is Mick?
Waar ben je, Ketch?
Arthur Ketch, voormalig huurling.
Ik was aan het jagen met Ketch.
Ketch blijft naar mam's telefoon bellen.
Hij noemt ketchup"ketch".
Vertel me eens over Arthur Ketch.
Ik verschafte Arthur Ketch een helhond.
Daar hebben we Mr Ketch voor.
Heel goed. Dank u, Mr Ketch.
Wel, we hebben Mr. Ketch daarvoor.
Zij en Ketch vormen een goed team.