Voorbeelden van het gebruik van Koda in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Vertel maar, Koda.
Mijn naam is koda!
Koda, over eten gesproken.
Koda, ik zou willen.
Koda… wees niet bang.
Het is waar. Koda.
Koda? Koda ik wou dat ik het ongedaan kon maken. Koda! .
Koda, het maakt niet uit.
Koda word wakker. Kom op.
Koda is een drinkmakker van me.
Koda wat gebeurde er daarna?
Koda, braaf zijn, OK?
Koda, I wou dat ik.
Ik ben het niet, Koda.
Koda, wacht. Koda, wacht!
Wat betekent"Ludo Koda"?
Koda, braaf zijn, oké?
Aangenaam, ik ben Sachi Koda.
Koda, wakkere worden. Koda, uh… kom op.