Voorbeelden van het gebruik van Kronen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Straks kronen we nog een Titan.
Nee. Ik kan twee kronen dragen.
Jett wil zich tot koning laten kronen.
Wie? Heb je vijf kronen, mam?
Op 13 juni kon Liutprand zich tot koning laten kronen.
Oké, dan zeggen we 15 kronen.
Arnulf liet zich in 896 in Rome tot keizer kronen.
Ik bood haar zes kronen voor alles.
We gaan zo dadelijk de koning en koningin kronen.
Kijk, papa, drie kronen en een leeuw.
Jett wil zich tot koning laten kronen.
Twee kronen.
Misschien moeten we de Koning van de Berg van dit jaar kronen.
Kijk nou. 15 kronen bij de feestartikelenwinkel.
We zullen hem kronen.
Ik heb 1000 kronen betaald!
Waar de verlorenen gevonden worden en we ze tot circuskoningen kronen.
Kronen voor een kop koffie?
Nu is de tijd dat we de koning van de gekken, kronen.
Achtenveertig kronen voor een kop koffie?