Voorbeelden van het gebruik van Leann in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
LeAnn, met mij.
Neem plaats, LeAnn.
LeAnn, bedoel je?
Het is Leann Pembers.
Leann gaf ons een telefoon.
Wat weet hij, LeAnn?
Leann Pembers is een oplichtster.
LeAnn zal in het hotel zijn.
Tot LeAnn overtuigd is.
LeAnn Harvey wordt eruit gewerkt.
Hij heeft LeAnn iets gegeven.
LeAnn, we bellen je terug.
LeAnn Harvey kan me niets schelen.
Leann Pembers is geen loterij winnaar.
Francis, Tom, LeAnn en ikzelf.
Hoe komt LeAnn aan Maine?
Ik heb iets onvergefelijks gedaan, LeAnn.
Leann en de cameraman zijn bezig.
Heb je twijfels over LeAnn?
Ik praat wel even met LeAnn.