Voorbeelden van het gebruik van Magne in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Eet iets, Magne.
Magne moet het doen.
Magne. Heb je even?
Magne is lid geworden van Greenpeace.
Ik groei nog. Magne?
Magne komt eraan. We moeten van.
Ik ben nog bij je. Magne.
Hij en Magne zijn heel verschillend.
Hij meende het vast niet. Magne.
Komen jullie beneden? Laurits? Magne?
Magne… Laurits heeft een afschuwelijk huisdier.
Ik vind dat het Magne moet zijn.
Ja, natuurlijk. Tot ziens, Magne.
En welkom op onze school, Magne.
Speel die games niet waar Magne bij is.
We hebben Magne uitgedaagd tijdens de nieuwe maan.
er niets mis is met Magne.
Magne vertelde het zijn leraar
Dank je, Magne. Het zit erop voor vandaag.
Hoi, Magne. Fijn dat je er bent.