Voorbeelden van het gebruik van Marcia in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze hebben Marcia vermoord.
Kijk niet zo naar me, mijn Marcia.
Of eigenlijk voor Marcia… want haar probeerde je altijd te verslaan.
Maken zich zorgen om Marcia en ik kan haar niet alleen laten.
Marcia Carpenter, je bent schuldig aan samenzwering.
Ik was met Marcia, mijn partner.
En zij vroeg me om aan Marcia te vragen hen met rust te laten.
Die FBI agente gisteren, waar Marcia een foto van nam.
Arnold Sanders, Marcia Carpenter.
Wil je dat ik met Marcia praat?
Je bent toch niet jaloers op Marcia?
We dachten dat hij mogelijk Marcia had vermoord.
Greg, Marcia, Bobby en Jan al.
Commodus vertrouwt haar… en hoewel Marcia afkomstig is van een zeer nederige achtergrond… wijst alles erop
Iulia was de dochter van de verder onbekende Gaius Iulius Caesar en Marcia, een dochter van consul Quintus Marcius Rex.
We overliepen een aantal nogal ondermaatse zorgverleners voor we het perfecte team vonden onder leiding van Marcia, die je niet laat winnen bij bingo alleen maar
Wat wil je het liefst, Marcia?
Het roze is goed, maar ik ben bang… MARCIA- GARDEROBE.
Het is Marcia.
Jouw beurt, Marcia.
