Voorbeelden van het gebruik van Maritza in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat denk jij? Maritza.
Ik laat Maritza niet achter.
Maritza… Wat denk jij?
Maritza… Wat denk jij?
Maritza is aan het bevallen.
Je moet Maritza gelijk bellen.
Maritza? Dit is geen oefening.
Maritza? Wat voor problemen heb je?
Maritza. Je krijg je kleur terug.
Ik dacht dat Maritza dat zou doen?
Maritza, ik wil dat je het doet.
En wat denkt u dat ik vond? Maritza.
Je hebt een vriendin, Maritza, in de vrouwengevangenis.
Maritza. En wat denkt u dat ik vond?
En wat denkt u dat ik vond? Maritza.
volgens Larry en Maritza.
Door jou… moeten m'n dochter en ik onderduiken. Maritza.
Maritza. En wat denkt u dat ik vond?
Rustig, Maritza. Ik geloof niet dat die penicilline bestaat.
Dat vlak voor je vrijkomt… Maritza een of ander ongeluk krijgt.