Voorbeelden van het gebruik van Mazikeen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wij hebben dit besproken, Mazikeen.
Bedreig je me, Mazikeen?
Hé, is dat Mazikeen?
Mazikeen, ben je er nog?
Bedreig je me, Mazikeen?
Mazikeen. Wat doe jij hier?
Je verspild je tijd, Mazikeen.
Wij hebben dit besproken, Mazikeen.
Ik ken de demon Mazikeen.
Mazikeen. Wat doe jij hier?
Wat doe jij hier? Mazikeen.
Maar Mazikeen zegt dat je deugt.
Mazikeen Smith.-Hoe heet je?
Hallo, Mazikeen. Is zij dat?
Een moedige start, Mazikeen. Volgende.
Mazikeen. Hoe schrijf je dat?
Je mag me Maze noemen. Mazikeen.
Mazikeen. Je bent perfect
Mazikeen. Maar jij mag me Maze noemen.
Ben je er nog? Maze? Mazikeen?