Voorbeelden van het gebruik van Mmhg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Medicine
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
MmHg, of indien de uitgangswaarde > 160 mmHg was
Ernstige hypertensie(> 200 mmHg systolisch of 110 mmHg diastolisch) trad op bij 4,7% van deze patiëntenpopulatie.
Baseline voor de gemiddelde IOD in het studie-oog was in beide behandelingsgroepen gelijk 15,3 mmHg.
In PARADIGM-HF werden hypotensie en klinisch relevante lage systolische bloeddruk < 90 mmHg.
trad een daling op van 5,8 mmHg bij een gemiddelde beginwaarde van 99,3 mmHg.
Het placebogecorrigeerde behandelingseffect was- 2,7 mmHg(p=0,04) voor sildenafil 20 mg driemaal daags.
De gemiddelde verlaging in intraoculaire druk met Simbrinza na 3 maanden bedroeg 8,5 mmHg, tegen 8,3 mmHg met de combinatie.
In deze studiepopulaties werden gemiddelde additionele bloeddrukdalingen in liggende positie waargenomen van respectievelijk 7/7 mmHg.
De daarbij horende additionele verlaging van de diastolische bloeddruk in liggende houding was 7 mmHg.
Ernstige hypertensie( > 200 mmHg systolisch of 110 mmHg diastolisch) trad op bij 4,7% van de patiënten met solide tumoren.
In de lisinoprilgroep was de systolische bloeddruk tijdens het onderzoek 3 mmHg lager dan in de placebogroep.
Ivabradine is gecontra- indiceerd bij patiënten met ernstige hypotensie(bloeddruk < 90/50 mmHg) zie rubriek 4.3.
Daartegenover trad bij de patiënten die placebo gebruikten, een daling op van 0,3 tot 1,4 mmHg.
In studies met exenatide met verlengde afgifte werd er een afname van de systolische bloeddruk waargenomen 2,9 mmHg tot 4,7 mmHg. .
een placebo kregen en aan het begin een waarde van 99,3 mmHg hadden.
In de eerste studie daalde de oogdruk van ongeveer 21 mmHg met 8,0 tot 8,7 mmHg bij de patiënten die Azarga gebruikten.
De gemiddelde verandering in diastolische bloeddruk ten opzichte van de basislijn was -0,1 mmHg voor lumiracoxib en +0,5 mmHg voor NSAIDs p < 0,0001.
in combinatie met metformine was de verlaging 3,5 mmHg met Xultophy en 3,2 mmHg met placebo.
De gemiddelde IOD-verlaging op week 12 in de leeftijdsgroep 2 maanden tot < 3 jaar was 1,8 mmHg in de travoprost-groep en 7,3 mmHg in de timolol-groep.
Er werd een bijkomende verlaging van de gemiddelde dagelijkse IOD van 3,2 tot 3,4 mmHg voor de brinzolamide-groep en van 3,2 tot 4,2 mmHg voor de timololgroep waargenomen.