Voorbeelden van het gebruik van Naaister in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En ik geniet van de vriendschap tussen de danseres en de naaister.
Ze was naaister.
Ze was naaister van beroep.
Hé, Memo. Een van je zussen is naaister, toch?
M'n moeder was naaister.
Hier. Ik ben naaister.
Pond, zes shilling en acht pence, voor het gewaad van Mrs Nathan, de naaister.
Ik ben naaister.
Altijd.-Bent u de naaister van de koningin?
Ja, ik ben naaister.
Ze is naaister.
Naaister balkon kan worden omgezet in een volledige studio.
Naaister voor de band.
M'n moeder is naaister, m'n vader monteur.
En de naaister wacht op u in uw kamers. Uw dozen zijn aangekomen.
Onze naaister heeft kleren gemaakt.
Ik heb je naaister betaald in oktober.
En een naaister.
Ik ben niet zo'n naaister.
Lambrechts werkte als naaister.