Voorbeelden van het gebruik van Nanno in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Haal wat water, Nanno.
Is het lekker, Nanno?
Help nanno alsjeblieft.
Nanno, ga niet weg.
Is dat waar, Nanno?
Het spijt me, Nanno.
Nanno. Chocolade bevat transvet.
Nanno, het spijt me.
Ik vermoord je. Nanno.
Nanno zou zoiets nooit doen.
Niet zo bescheiden, Nanno.
Wat een schatje. Nanno.
De voordeur is op slot. Nanno.
Heeft Nanno een scheet gelaten?
Wat doe jij hier? Nanno.
Je liet me schrikken. Nanno.
We ontmoeten elkaar weer, Nanno.
Wan, val Nanno niet lastig.
Nanno. Wat een mooie naam.
Nanno is van de schommel gevallen.