Voorbeelden van het gebruik van Nasir in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zijn naam is Nasir.
Nasir. God zij dank.
Nasir zat bij de deur.
God zij dank. Nasir.
Wat denk jij, Nasir?
Nasir volgt z'n spoor.
Nasir zal jullie de weg wijzen.
Wat mis ik hier, Nasir?
M'n beste jongen. Sheriff? Nasir.
Mr Afredi, zoekt u Nasir?
Nasir, maar u begrijpt het niet.
Nasir, hij is voor mij.
John, Nasir, we gaan op jacht.
De vader van Nasir, Amir.
Wat maak je hieruit op, Nasir?
Nasir, wil je dat ik je bescherm?
Nasir, niet doen.
De vader van Nasir, Amir.
Hij waagde zijn leven om het mijne te redden. Nasir.
Hij waagde zijn leven om het mijne te redden. Nasir.