Voorbeelden van het gebruik van Nazi in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jij bent onze nazi vandaag.
U heeft allemaal decennia lang geprofiteerd van het werk van een Nazi.
Mijn broer is geen Nazi.
We behandelen iedereen, van seksist tot nazi.
Je wist niet dat hij een Nazi was?
Een tandarts en een nazi.
Hij was een Nazi.
Maar niemand vindt een nazi leuk.
Ja. Ik ben geen nazi.
Ravenwood is geen nazi.
We dansen de: Nazi Rock!
Voor hem was iedereen een nazi.
Verstaat er iemand nazi?
Dat is een nazi organisatie.
Analyse van Speer als Anständiger nazi.
Ravenwood is geen nazi.
Gary's vinger vermiste nazi.
al helemaal geen Nazi.
Verdomme, die stomme nazi.
is exclusief nazi.