Voorbeelden van het gebruik van Nikola in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Gedeeltelijk maar, Nikola.
Zijn naam was Nikola.
Ik geloof je, Nikola.
Het mirakel van Nikola Tesla.
Het is bedacht door Nikola Tesla.
Thermische krachtcentrale Nikola Tesla A3.
Heren en dame, Nikola Tesla.
Nikola Tesla heeft dat uitgevonden.
Het is alleen Nikola Tesla!
Het is alleen Nikola Tesla!
Waar wordt Nikola van verdacht?
Nikola, maak dat hij praat.
Nadat Nikola haar waarschuwde over mijn bedrog.
Nikola? Ik wil je bloed drinken!
Wat denk jij dan, Nikola?
Vertel dit niet verder. Hallo, Nikola.
Ik maak een werkstuk over Nikola Tesla.
Goed, maar je krijgt salarisverhoging, Nikola.
Ik kan dit wel met Nikola erbij zeggen.
Is dit 't huis van Nikola de klokkengieter?