Voorbeelden van het gebruik van Orla in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoi, Orla. Niet weer!
Dat zijn grote apen, Orla.
Hoe oud ben je, Orla?
Heb jij ook een date Orla?
Je zou Orla een kans kunnen geven.
Orla, je bent gekomen. Oma?
Orla, we gaan geen getallen raden.
Hoe laat komt jouw date, Orla?
Het is een onvoorwaardelijk aanbod, Orla.
We laten het ze wel zien, Orla.
Orla. Is Nathan in de buurt?
Orla doet het goed in de wildernis.
Orla. En waar ben jij geweest?
Dus… neem jij die maar, Orla.
Pa? Ik ben een krijger! Orla!
Orla! Kom terug hier, nu!
Orla? Is alles in orde met jullie?
Orla, kun je dit voor me afhakken?
Orla… jij bent te gek met die Renault Clio-reclame.
Nee, Orla. Ga weg, doe dan de deur dicht.