Voorbeelden van het gebruik van Paprika in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Salami met paprika en uien en speciale saus.
En de paprika niet genoeg.
Bleekselderij, ui, paprika, de hele drieëenheid van de Cajunkeuken.
Deze paprika moet in kleine blokjes.
Een paprika die ik niet graag eet.
Geen paprika, olijven of uien.
Geen groene paprika en geen tomaten.
Wrijf de kip er mee in, met de paprika.
Met uien en paprika.
Nee, de paprika is heerlijk.
Het is vlees met paprika.
Donker fruit, olijf, paprika.
En niet genoeg paprika.
Eén met champignons, groene paprika en ui?
Wil jij de paprika snijden?
Kruidig ook; Peper, paprika en vochtige grond.
De beschermheilige van worst en paprika.
Eén entrecote, rare…… en één vegaschotel Geen paprika, wortel en ui.
Een vleugje paprika.
Het is roze door de paprika.