Voorbeelden van het gebruik van Philippa in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij was gehuwd met Philippa van Beaumont-en-Gâtinais.
Dag, Philippa. Heb je me gemist?
Philippa. M'n leven ligt in jouw handen.
Juffrouw Cowper, bent u donderdag vrij? Philippa.
Peter, Fran en Philippa bekeken ze en zeiden.
Omdat… Om indruk te maken op Philippa?
James? Je gaat toch niet springen, hè? Philippa!
Jullie moeten echt eens leren hoe moderne techniek werkt. Philippa?
Heb je daarom mijnheer Finch afgewezen voor onze lieve Philippa?
Heb je daarom mijnheer Finch afgewezen voor onze lieve Philippa?
Zal mijn zoon Erik zich verloven met prinses Philippa van Engeland.
Mag ik u voorstellen aan juffrouw Prudence en juffrouw Philippa Featherington?
Alsjeblieft, Philippa. Zeg je nu Philippa? .
Vergeet niet om Prudence, Philippa, of zelfs Penelope gedag te zeggen.
Zuster Philippa. Ik wil met u praten over uw plannen voor de tuin.
Walsh en Philippa Boyens werkten samen aan de scripts.
Peter, Philippa en Fran waren in Engeland
Hij was hertrouwd met Philippa van Toulouse, dochter van Willem IV van Toulouse.
We zijn op een receptie bij admiraal Halsey thuis en Philippa Jones is daar.
Fran en Philippa wilden gewoon experimenteren.