Voorbeelden van het gebruik van Piraat in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Robert is een piraat.
Een 700 jaar oude piraat.
Ik ben een piraat.
Aram zegt dat we jagen op een 700 jaar oude piraat.
Zij is een piraat.
Nee, de dochter van een piraat.
Omdat ik bang was dat jij een piraat was.
Ik heb een heks en een piraat in mijn winkel.
Ik ben 'n piraat.
De grootste angst van een piraat heet Salazar,?
Dood.- Hij was een dief en een piraat.
Mijn bloed. Het bloed van een piraat.
Joden kunnen geen piraat zijn.
Ik ben piraat, geen moordenaar.
Ja. Dus we wilden hierheen om piraat te worden.
Is ie dus toch piraat geworden. William?
Is ie dus toch piraat geworden. William?
Goede piraat. Goede jongen.
Vuile piraat. Brand.
Vieze piraat. Hallo, Jackie.