PIZZA - vertaling in Duits

Voorbeelden van het gebruik van Pizza in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Een pizza in het smidsvuur?
Du willst eine Pizza in den Schmiedeofen tun?
Het korps brengt niet zomaar pizza uit Kuwait City zonder reden.
Das Corps bringt Pizzas nicht ohne Grund von Kuwait hierher.
Pizza. Ik heb honger.
Ich habe Hunger. -Pizza.
We hebben te veel pizza besteld.
Wir haben zu viele Pizzen bestellt.
Dat is Verducci's Pizza, de beste van de stad.
Ist die beste in der Stadt. Verducci's Pizza.
Ik ga je servies gebruiken voor afhaalmaaltijden. Pizza.
Ich werde dein Porzellan für Pizzas und Schälrippchen verwenden.
Pizza. Die moeten we zelf maken.
Dann müssen wir sie selbst machen. -Pizza.
Je hebt me jarenlang pizza geserveerd.
Du hast mir in all den Jahren viele gute Pizzen serviert.
Ik heb een pizza voor Korn, Larry en Hardezak.
Ich habe eine Pizza für Korn, Larry und Hackedy Sack.
Fijn dat de uniforms bij de pizza zaten.
Gut, dass Scully die Uniformen zu den Pizzas gepackt hat.
Pizza. Ik heb honger.
Pizza. Ich habe Hunger.
We weten dat Holt een pizza bestelt van hetzelfde restaurant.
Wir wissen, dass Holt Pizzen immer beim selben Lieferdienst bestellt hat.
Er is pizza in de keuken.
In der Küche gibt es Pizza.
Hij verzendt drugs met pizza.
Verschickt Drogen auf Pizzas.
Pizza. Ja, ik ben dol op pizza. Pizza?
Ja, ich liebe Pizza. -Pizza. -Pizza?
Hij kwam 's avonds laat alle overgebleven pizza kopen.
Abends kam er rein und kaufte alle übrig gebliebenen Pizzen.
Ik heb geld voor pizza.
Ich hab Geld für Pizza.
Dominee Lovejoy, bezorgt u nu pizza?
Reverend Lovejoy, liefern Sie jetzt Pizzas?
Eten is eten.- Pizza.
Pizza. -Essen ist Essen.
In het vervolg dragen jullie zelf je pizza.
In Zukunft könnt ihr eure Pizzen selbst tragen.
Uitslagen: 4306, Tijd: 0.0283

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits