Voorbeelden van het gebruik van Rebecka in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Waar is Rebecka?
Rebecka was bij ons.
Rebecka is er vandaag niet.
Rebecka, dit is geen goed idee.
Rebecka? Wat doe jij hier?
Hoe gaat het, Rebecka?
Rebecka en Sara zijn Joodse namen.
Welkom bij de familie, Rebecka.
Rebecka, we hoorden bijna niets.
Ik kom voor Rebecka Martinsson.
Je mag naar huis, Rebecka.
Rebecka? Wat doe jij hier?
Rebecka.- Hallo. Hoe gaat het?
Ik, Rebecka, Alex en Toni.
Ben je een beetje verdrietig, Rebecka?
Ze is hier aan het rondwroeten. Rebecka?
Rebecka Odelman is verdwenen
Ben je een beetje verdrietig, Rebecka?
Hallo, Rebecka.
Rebecka en Sara zijn Joodse namen. Wacht.