Voorbeelden van het gebruik van Rijles in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik heb beloofd haar rijles te geven voor ze examen moet doen.
Heeft Kim rijles?
John, hoe was je eerste rijles?
Dat was de eerste en laatste keer dat ik hem rijles heb gegeven.
Niets. Bedankt. Ga je weer rijles geven?
Wie heeft het over een rijles gehad?
Het is rijles.
Ja, natuurlijk. Heb je vandaag rijles?
Ik kan niet, ik heb rijles en ik moet weg met mijn ouders.
Ik wist niet eens dat je rijles had.
Ik begon dus aan mijn eerste rijles na 42 jaar.
Hoe was de rijles?
Dus… Rijles.
We moeten die rijles maar uitstellen.
Ik hoopte dat je me nog een rijles kon geven.
Idioot heeft rijles nodig.
Dan heb ik rijles.
Resheida heeft me ge-sms't dat pap haar rijles geeft.
Of… we kunnen nog een rijles doen.
Ik ben hier niet om rijles te krijgen.