Voorbeelden van het gebruik van Rino in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Rino ontwerpt de schoenen.
Rustig blijven, Rino.
Rino helpt je toch?
Rino FORMICA Minister van Arbeid.
Rino, stop ermee.
Kijk wat Rino heeft achtergelaten.
De heer Rino SERRIStaatssecretaris van Buitenlandse Zaken.
Rino FORMICA Minister van Financiën.
Zie je Rino niet?
Hij is lelijker dan Rino.
Rino is er niet. Nee.
Hij kwam Rino vragen hoe het ging.
Rino praat over niks anders.
Rino zegt dat het water schittert.
Je bent heel goed, Rino.
Ze vertrok met Rino en Stefano.
Je hebt het goed gedaan, Rino.
En Rino smijt ook met geld.
De heer Rino SERRIStaatssecretaris van Buitenlandse Zaken.
Maar Carracci heeft Rino een aanbod gedaan.