Voorbeelden van het gebruik van Spanky in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
wachten jij en Spanky buiten op Ghost.
Doen we zaken met ene Spanky?
Hij heet Spanky.
Spanky?-Hij reed.
Ze hebben Spanky.
Spanky heeft ons verlinkt.
Dally rijdt op Spanky.
Hij reed. Spanky?
Niet voor jou, Spanky.
Je bent te bazig, Spanky.
Spanky zit wel goed.
Spanky? Zei hij dat?
Kom, Spanky. ZO SCHATTIG.
Zei hij dat? Spanky?
Dat doet Spanky met Addy.
Je heet toch Spanky, hè?
Ik heb een dochter. Spanky.
Spanky zei dat je het deed.
Hoe gaat het, Spanky?
Ik wil een naam horen, Spanky.