Voorbeelden van het gebruik van Sticky in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Z'n achternaam is Wilmer. Sticky.
Om niets? Kate is in gevaar, Sticky.
Te onvoorspelbaar. Sticky niet.
Door de Fluisteraar ben je veranderd, Sticky.
Ik wist wel dat je Mr Sticky niet lang kunt weerstaan.
Ik wil die Sticky terug.
Ik had naar Kate en Sticky moeten luisteren.
Leg je potlood neer. Sticky Washington.
Iedereen wil Sticky John.
Reynie Muldoon en Sticky Washington.
Wat? Wat is een Sticky Maple?
Je hebt dit verdiend, Sticky.
Ik geef nog steeds de voorkeur aan Sticky John.
Ik heb liever Sticky.
Iedereen geeft de voorkeur aan Sticky John.
Jayne, geef mij de Sticky.
Iedereen geeft de voorkeur aan Sticky John.
Het is allemaal echt, Sticky.
Iedereen wil Sticky John.
Sticky heeft sindsdien veel meegemaakt.