Voorbeelden van het gebruik van Suki in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben Suki Macrae Cantrell.
Suki, dit is Alice niet.
Kijk ons eens, Suki.
Suki is zijn tweede naam.
Suki Sanchez hier vanuit de VS.
Suki, met Dr. Sinclair.
Waar ben je, Suki?
Hoe gaat het met Suki?
Hoe gaat het, Suki?
Wie waren zij, Suki?
Suki? Dit is geen gewone dag?
Suki is maar een menselijke pop.
Nee, ik ga niet zonder Suki.
Ach Suki, dat stelde toch niets voor.
Vertel me over Juniper Towers, Suki.
In iedereen is yin en yang, Suki.
Bullitt en Suki gaan de brug over.
Marina enLittle Suki houden een ouderwets klopgevecht.
Het is beter dan een isoleercel, Suki.
Suki, ik ben het, Dr. Sinclair.