Voorbeelden van het gebruik van Tarin in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Tarin is er niet.
We willen Tarin levend.
Tarin had een pistool.
Het moet gebeuren, Tarin.
Tarin, doe dit niet.
Ik wil niet dood. Tarin.
Tarin, het is niet te laat.
Tarin heeft het meisje.
Waar is die auto met Tarin?
Je hebt juist gehandeld, Tarin.
U had gelijk over Tarin.
Tarin, neem m'n broer mee.
Weet je dat zeker? Tarin?
Tarin zat bij jou in de auto.
Tarin werkt samen met je vaders vijanden.
Tarin liet mij die auto in.
We zoeken Tarin. Ja, Nabeel?
Tarin, het is nog niet te laat.
Ik verdacht Tarin al en heb hem laten arresteren.
Waar is de auto met Tarin erin?