Voorbeelden van het gebruik van Transport in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Transport. Opium.
Transport van afvalstoffen.
Elementaire infrastructuur, met Inbegrip van energie, transport en telecommunicatie.
We hebben transport nodig.
We zitten in transport.
Marcos, Clarice en ik regelen het transport.
Filtratie en transport, uitscheiding van verschillende stoffen.
Transport en distributie.
Veranderingen en verduidelijkingen in de procedures voor het transport van afvalstoffen titels II t/m VI.
Ik heb familie in het transport.
Geknikte variant van de modulebandtransporteur voor mobiele toepassingen en voor verticaal transport.
Wij zijn transport.
Ik investeerde een beetje in het transport.
We hebben transport nodig.
Transport is immers een zone van massale drukte.
Van eventuele incidenten tijdens het transport moet eveneens melding worden gemaakt.
Eenmalig transport.
Bij koud weer even inpakken voor het transport naar huis.
Dat is de prijs voor transport, señor Soetoro.
Daar is uw transport.